Terugblik 2018: een bijzonder jaar

Het was een bijzonder jaar, waarin de dekkingsgraad in het derde kwartaal steeg naar 104,6%. Het leek erop dat zelfs binnen de huidige strikte regels herstel mogelijk zou zijn. Helaas kregen we in het vierde kwartaal te maken met een sterke daling door de onrust op de financiële markten. De toenemende handelsspanningen tussen de VS en China en de naderende ongewisse Brexit, kregen hun beslag op de aandelenkoersen. Daarnaast bleef de rente ook in 2018 op een historisch laag niveau en daalde zelfs in het vierde kwartaal. Voor PMT betekende dit dat de beleidsdekkingsgraad eind 2018 opnieuw onder de 104,3% lag en daarmee de kans op een verlaging ultimo 2019 fors is toegenomen.


Verlagen druist in tegen rechtvaardigheidsgevoel

De financiële positie van PMT wordt sterk bepaald door de rekenrente en het rendement. De rekenrente is dominant voor de verplichtingen van het pensioenfonds en het behalen van rendement is bepalend voor het vermogen van het fonds. PMT heeft geen invloed op de rekenrente die het fonds moet gebruiken om de verplichtingen te berekenen. Bij de rendementen zijn we afhankelijk van de marktontwikkelingen. PMT heeft in de afgelopen jaren goede absolute rendementen behaald. Daarnaast was het overrendement[1] in 2018 weliswaar negatief, maar het gemiddelde overrendement in de laatste vijf jaar was positief. Het beleggingsbeleid van PMT heeft ervoor gezorgd dat het belegd vermogen van PMT is gestegen van ruim € 28 miljard in 2008 naar ruim € 72 miljard in 2018.

Voor iedere € 100 pensioen die we de komende 70 jaar moeten uitkeren, hadden we gemiddeld over 2018 meer dan € 100 in kas. Om onder deze omstandigheden de pensioenen te moeten verlagen, druist tegen elk rechtvaardigheidsgevoel in. PMT vindt het ook daarom tijd voor nieuwe afspraken.


De visie van PMT: pensioenen lijden onder regels

PMT vindt het goed dat pensioenfondsen zich aan strenge regels moeten houden, om te borgen dat pensioenen ook in de toekomst uitgekeerd kunnen worden. Maar PMT vindt dat die regels inmiddels zó knellend geworden zijn, dat de pensioenen eronder lijden in plaats van dat ze beschermd worden. Dat komt doordat pensioenfondsen voorzichtigheid op voorzichtigheid moeten stapelen. Bij elkaar opgeteld schiet die voorzichtigheid nu door. Pensioenfondsen moeten hogere buffers aanhouden voor slechte tijden. Er moet met een risicovrije rente gerekend worden alsof de fondsen de komende tientallen jaren – in tegenstelling tot het verleden – nauwelijks beleggingsrendement zullen maken. Dat leidt ertoe dat miljoenen mensen straks weer met een verlaging van hun aanspraken of uitkeringen te maken hebben. Dat is niet alleen een slechte boodschap voor hen die het treft. Maar ook voor het draagvlak van ons pensioenstelsel in het algemeen.


Om die redenen heeft PMT zich in 2018 opnieuw actief in het debat over de toekomst van het pensioen gemengd. We hebben aangegeven dat de huidige regels te strikt zijn en geen recht doen aan de positie die een pensioenfonds als lange termijn belegger heeft. Het moet ook duidelijk zijn dat rotsvaste zekerheid niet bestaat. We moeten erkennen dat een volledig gegarandeerd pensioen een onbetaalbaar pensioen is. Dat het aanhouden van te hoge buffers niet nodig en niet wenselijk is. Pensioenfondsen moeten de ruimte hebben om pensioenen in goede tijden sneller en beter te laten groeien. En daar hoort ook bij dat een pensioen in slechte tijden sneller niet wordt geïndexeerd of zelfs omlaag kan gaan.


Beleggen – en dus risico nemen – hoort bij de opzet van een pensioenfonds en dat zou naar de mening van PMT ook moeten terugkomen in de manier waarop er naar beide zijden van de balans wordt gekeken. PMT heeft daarbij ook nadrukkelijk aangegeven te geloven in collectief pensioen. Door het delen van de belangrijkste risico’s zijn alle deelnemers uiteindelijk beter af. We voorkomen zo bovendien dat er pech- en gelukgeneraties ontstaan.


Onze conclusie: verlagen is prematuur

PMT hoopt dat het kabinet en sociale partners in 2019 alsnog tot een akkoord zullen komen waarin bovengenoemde uitgangspunten terugkomen. Tot die tijd gelden de huidige regels, daar handelt PMT ook naar. PMT vindt wel dat het goed zou zijn als er eerst duidelijkheid is over de regels van het nieuwe stelsel, de transitie naar het nieuwe stelsel en de mogelijke kosten van de transitie, alvorens een besluit wordt genomen of en in welke mate een verlaging van de opgebouwde aanspraken en uitkeringen nodig is.

[1] De doelstelling van het beleggingsbeleid van PMT is het behalen van voldoende rendement om aan de verplichtingen (gewaardeerd op marktwaarde) te kunnen voldoen, plus een stukje extra rendement: dit stukje extra rendement heet overrendement